Nachtelijke impressies

Nachtelijke impressies. Brussel. De 30 graden editie.

Het is half een. De moslims komen de moskee uit na het middernacht gebed en lopen gezellig pratend door de nazinderende straten. Mijn pyjama kleeft aan mijn lijf. Vanop het balkon kijk ik toe zonder gezien te worden. Een voordeel van onschatbare waarde. Vermoeid stroomt het warme bloed door mijn hoofd. Het is geen moment helemaal stil. Een meisje fietst voorbij met haar vriendje aan de hand. Hij balanceert op een breed skatebord en laat zich meevoeren door zijn zomers geklede maatje op de fiets. Een gezwind duo dat voorbij suist zoals de gedachten door mijn hoofd. Een voor een. Het wordt stiller nu. Gesprekken verstommen, voetstappen worden zeldzamer. Lichten doven een voor een. Ook mijn buurman schraapt het brandende eind van zijn sigaret langs het kozijn van de nacht en blaast zijn laatste rooksignaal de doezelende stad in –of zijn boodschap beantwoord wordt zal ik nooit weten. De trillende lucht heeft plaatsgemaakt voor een kalme bries. Een hond keft ijverig de laatste hitte van zich af en nestelt zich in zijn eigen vacht. Een vrouw wacht geduldig maar eenzaam voor een deur die gesloten blijft. Waar loopt de man met de kleurige all stars en het dansende fluitje op zijn borst heen? Zijn huppelpas vergezelt hem de straat uit. Slaapwel dorstige straten, slaapwel dommelende stad.

Advertisements

à deux doigts

Dinsdag. Half twaalf. In het muffe leslokaal sleuren we ons met moeite door de al even muffe vakinhoud: Franse grammatica. Stoffige, klassieke, plaats-alles-in-tabelletjes-dan-snappen-ze-het-beter grammatica. Net op het moment wanneer we aan het gebruik van de subjonctif beland zijn, gaat de deur van het leslokaal langzaam open. Een brede kerel staat in de deuropening. Zijn ogen groot, zijn lippen samengeperst, in een excusez-moi-je-ne-voulais-pas-vous-déranger* uitdrukking trippelt hij naar binnen op de toppen van zijn tenen. Gegniffel golft door de klas terwijl hij met zijn ‘onopvallende’ getrippel alle aandacht naar zich toe trekt. “Désolé, je suis encore en retard”* zegt hij wanneer hij eindelijk bij de achterste rij -zijn vaste stekje- is aangekomen en zich met al zijn breedheid tussen de stoel en de tafel perst.

Elke week hetzelfde scenario.
En elke week moet ik er opnieuw om lachen. De oprechte verontschuldiging op zijn gezicht, vervolgens de slungelige poging om met zijn opvallende figuur zonder te storen de volledige klas te doorkruisen.

Zal ik me hem nog herinneren eens ik terug in België ben?
Misschien.
In ieder geval zijn het dit soort momenten die bijdragen tot een thuisgevoel, een verankering, het bewijs dat je deel hebt uitgemaakt van een groep, van een periode, van een hoop ervaringen die je maken tot de persoon die je nu bent.

Nog drie weken.

Ik geloof het niet.

*sorry-ik-wil-jullie-niet-storen
*Het spijt me, ik ben alweer eens te laat